home

search

van hoop tot Wanhoop

  Het filmen van Hannah's chaos ging eigenlijk heel soepel. Jonas, Joyce, Sam en ik wisten wat we aan elkaar hadden. En waar onze talenten en valkuilen lagen. Ook Lucas wist dat. Dus was het heerlijk werken.

  Alleen de kinderen waren nieuw voor ons, dus was het een zoektocht naar hun talent en valkuilen. Zelfs bij Alexander. Ja, ik kende mijn neefje bijna door en door, maar niet als acteur.

  Tussen zijn takes zat hij vaak bij Lucas. Wat soms voor ondeugende situaties zorgde. Zo had hij er een handje van om heel hard 'cut' te brullen als het eigenlijk heel erg goed ging.

  Thuis was er net zo veel hoop. Het schema van de arts kwam binnen. Met een dosis aan ovulatie-testen en zwangerschapstests. Het zou dus worden waar Lucas bang voor was geweest. Al liet hij dat geen seconde blijken.

  Hij pakte het schema op. "Goed dan," begon hij. Hij klonk autoritair. "Met deze ovulatie-testen kun je een jaar vooruit. Misschien langer. Ontdek het patroon wanneer je het meest vruchtbaar bent."

  Hij keek me aan met een twinkel in zijn ogen. "Vaak kun je dit al aanvoelen doordat je lust naar..." Hij schraapte zijn keel. "Nou ja, je zin in mij zou ik het maar noemen." Zei hij licht blozend. "Vermeerdert. Aanraden is in die week ook vaak..." Hij keek me nog meer blozend aan. "Je snapt het wel, denk ik." Ik lachte zachtjes. "Alleen dan?" vroeg ik plagend. "Dan hebben we wel de meeste kans," zei hij.

  "Wat als ik nou altijd zin in jou heb," zei ik zo zwoel als ik kon. Hier van werd hij vuurrood. Tot zijn oren aan toe. Hij keek terug op zijn blad. "Ik heb hier een heel schema," zei hij. "Beginnen met menstruatie. Dag 1 tot 5. Bloederige afscheiding." Hij keek me aan. "Smakelijk." Ik lachte even. "Goed. Dan mogen we geen cafe?ne. En ook of niets of met bescherming aan mijn kant." Ik knikte. "Ik gok het laatste," plaagde ik. "Dat denk ik ook ja," zei hij grijnzend.

  "Goed, dag 6 tot 9. Wat ge?mmer over je lichaamstemperatuur. En dan mogen we maar om de dag elkaar vieren." Hij keek verder. "Ah, hier wordt het interessanter. Dag 10 tot 12. Weer wat geleuter over afscheiding en temperatuur. Maar hier is het advies elke dag." Hij keek me aan. "Maar 2 dagen. Maar mijn lief, kijk hier," zei hij, zijn ogen glommen nu ondeugend. "Dag 13 tot 15. Dan hè mijn schatje. Raadt die dokter aan dat we twee keer per dag 'tijd voor elkaar' maken. Zo jammer hè, ook maar twee dagen." Ik lachte zachtjes. "Daarna wordt het minder leuk. Dan mag ik bijna een week maar om de dag van jou genieten," zei hij zijn mondhoeken naar beneden trekkend. "Want dan heeft jouw lijf rust nodig," las hij voor.

  "Arme schat toch," plaagde ik. "Daarna testen dag 23 en 28. En mocht het negatief zijn: reset." Hij zuchtte zachtjes. "Ik wil dit voor jou doen. Omdat jij dit nodig hebt," zei hij. "Maar?" vroeg ik. "Het is zo klinisch. Het heeft niets met hoeveel wij van elkaar houden te maken." Ik knikte. "Dit was jouw angst hè." Hij knikte zachtjes. "Een beetje. Maar mijn lieve schat. Als jij dit nodig hebt. Dan gaan wij dit gewoon aanhouden."

  Ik knikte. "Goed dan. Dan hebben we tot jouw menstruatie om gewoon nog even verliefd te zijn." Ik hoorde de lichte angst in zijn stem dat dit ons zou veranderen.

  Maanden gingen ons hierna voorbij. Ik had het online opgezocht. Met deze methode zou het snel moeten gaan. Tenzij volgens de online artsensite er een probleem was. Op set liet ik niets merken en thuis probeerde ik ook van niet. Maar naarmate de testjes opraakten vervloog ook weer mijn hoop.

  Wat was er mis met mij? Waarom ondanks alles wat we deden lukte het maar niet. Het filmen zat er na een half jaar op. Nu was het aan Lucas' editor om er iets moois van te maken. Lucas ging in die tussentijd verder met schrijven. Aan Hannah's chaos. Maar ook aan de film over Aruba. Ik ging weer lesgeven.

  Maar thuis voelde ik barstjes. Als we vrijden was het met minder passie en liefde. Ook hadden we af en toe ruzie. Ik wist dat het erbij hoorde. Maar het voelde voor mij alsof de fundering van ons huwelijk begon af te brokkelen.

  Hij zei me niet meer elke dag dat hij van me hield. Zijn ogen waren doffer als hij naar me keek. Ik probeerde het te negeren. Maar dat was moeilijk.

  De serie werd geweldig ontvangen. Iets wat we ook uitbundig vierden met de hele cast en crew. Ik verstopte me in een hoekje. We hadden die ochtend weer een flinke ruzie gehad. Ik wist niet eens meer waar het over ging. Maar Lucas was naar zijn broer vertrokken. Om even een adempauze te nemen.

  Ik keek naar Lucas. Hij straalde. Hij was het middelpunt van de aandacht. De toegestroomde pers stelde vragen. Vrienden en collega's feliciteerden hem. Ik kroop verder in mijn donkere hoekje. Me deze vreugde niet waard voelend.

  Lucas liep naar me toe. "Waarom verstop jij jezelf?" vroeg hij. Zijn blik zacht en warm. Ik haalde mijn schouders op. "Kom," zei hij en pakte mijn hand. Ik schudde mijn hoofd. "Dit is jouw feestje." Hij probeerde me mee te trekken. "Ook dat van jou, Phi. Kom." Ik zuchtte en schudde mijn hoofd weer. "Ga nou maar."

  Hij keek me nog even diep in mijn ogen aan. Heel even verlangde ik naar zijn armen. Zijn troost. Maar dat verdiende ik niet meer. Hij liet mijn hand los. "Wat zou ik graag in jouw hoofd kijken," zei hij. Hij streelde zijn hand door mijn haar. "Dan kon ik zien wat jou zo ongelukkig maakt." Hij keek me weer aan. "Al heb ik een vermoeden."

  Een reporter van de krant kwam onze kant op. Hij schroefde een glimlach op en draaide zich van me weg. Ik liep daarna naar buiten. Het feestje was voor mij wel over. Ik pakte een taxi. De man was vriendelijk. Kletste gezellig. Ik antwoordde af en toe.

  Thuis lag ik al gauw in bed. Ook al sliep ik niet. Ik staarde naar het plafond. De schaduwen en vlekken tellend. Ik hoorde weet ik hoe veel later de deur dichtgaan. Lucas was thuis. Ik hoorde hem afsluiten en uiteindelijk gaan douchen.

  Daarna kroop hij naast me. Ik deed mijn ogen dicht en deed of ik sliep. Ik kon hem even niet onder ogen komen.

  "Slaap je?" fluisterde hij. Ik hield mijn adem regelmatig ook al voelde ik zijn hand over mijn hoofd. "Waar ben je toch mijn liefste?" begon hij. "Je lichaam is er nog maar je prachtige ziel is weg." Hij snikte. "Waar faal ik, Sophia? Waar is het misgegaan?" Hij zuchtte licht schokkerig alsof hij huilde.

  "Ik houd van je. Dat is nooit veranderd. Dat zal het ook nooit doen." Nu hoorde ik hem snikken. "Ik weet dat je het moeilijk hebt. Ik zie het in je ogen. In hoe je loopt. In hoe jouw lach is vergaan. Ik kan het niet meer weghalen, Phi. En dat breekt me. Ik ga kapot omdat ik jou kapot zie gaan." Hij snikte weer. "Ik mis je." Hij kuste mijn haar. "Slaap maar, lieverd. Misschien ben je in je dromen weer even gelukkig, want ik kan je dat niet meer maken lijkt het."

  Ik hoorde hem van me afdraaien. Na een kwartiertje sliep hij. Ik deed mijn ogen weer open. Ik maakte hem kapot. Ik keek even naar hem. Misschien, dacht ik even. "Misschien was het makkelijker als ik er niet meer zou zijn. Dan kon hij een nieuwe liefde zoeken. Een die wel compleet was. Een die hem kon geven wat hij verdiende."

  Ik stapte uit bed en liep de gang door. Ik opende de deur naar de kinderkamer die we hadden laten klaarmaken. Hij was prachtig. De muren waren als een sprookjesbos. Met in het bos dieren. Een hertje. Een konijntje. Vogeltjes. Zelfs mijn jeugdhelden Alfred J. Kwak. En Link uit de Spelreeks The Legend of Zelda. Het plafond was lichtblauw met een gele zon en wolkjes in allerlei vormen. En de vloer was van hout maar zo geschilderd dat het op aarde leek.

  Het wiegje stond al klaar. Het was wit en opgemaakt. Klaar voor de baby die er nooit in zou komen. Het lakentje erin nu stoffig. Ik deed de lamp even aan. Een kroonluchter waar de lampjes in de vorm van een vlinder waren.

  "Misschien is het echt beter als ik er niet meer ben," zei ik de kamer in. "Ben jij gek?" hoorde ik Lucas zeggen. Ik draaide me om. Hij stond een paar stappen achter me. Hij keek me aan met een mix van angst en ongeloof. "Wat zeg jij?"

  Ik keek hem aan. "Dat ik beter er maar niet meer kan zijn." Ik liep de kinderkamer in. "Kijk," zei ik het lakentje op pakkend en schudden. "Stof. Alleen stof. Geen baby. nooit een baby" Ik beet even op mijn lip. "Jij verdient een kind," zei ik. "Een eigen kindje. En ik..." Ik snikte. "Ik kan je die niet geven." Hij wilde iets zeggen maar ik stak mijn hand op. "Ik kan maar beter weg zijn. Dan kan jij een echte vrouw vinden."

  Hij keek me licht boos aan. "Denk jij dat ik zonder je kan leven?" Ik knikte. "Als jij een uitstap maakt. Als jij je leven be?indigt. Kom ik binnen een dag bij je," zei hij. "Binnen een dag." Ik deed mijn ogen dicht. "Mijn wereld ben jij. Mijn leven ben jij." Hij streelde mijn haar.

  "Jij bent alles." Ik schudde mijn hoofd. "Dan kan ik maar beter niet gevonden worden." Ik trok me los, deed mijn schoenen aan en vertrok. "SOPHIA!" hoorde ik hem nog net brullen. Ik rende weg. Ik wist niet eens waarheen. Maar ik moest weg.

  Even dacht ik de rivier. Dan verdrink ik. De stroming zou me meenemen. En me weken verborgen houden. Als ik dan gevonden zou worden was hij al gewend aan het leven zonder mij. Hij zou rouwen. Maar zou daarna zien hoe vrij hij dan was. Vrij om die perfecte, volledige, waardevolle vrouw te vinden. Die hem een kindje kon geven.

  In gedachte liep ik door. Maar in plaats van bij de rivier stond ik voor een huis In mijn oude dorp. Het huis van Joyce' ouders. Ik bonsde luid op de deur. Na een paar minuten deed Magda open. Joyce' moeder. "Jezus, Sophia. Mijn god kind, wat zie je eruit," riep ze geschrokken. "Ik... ik kan het niet meer..." riep ik. "Ik ben op..."

  "Kom binnen." Ze legde haar arm om mijn schouder. "Wat is er toch?" Ze zette me aan de keukentafel. "Praat met me." Ik schudde mijn hoofd. "Kom op, praat met me. Je moet hier zijn voor een reden." Thijmen, Joyce' vader, liep slaperig de keuken in. "Thijm. Mooi, jij belt Lucas de witte even. En maak de logeerkamer klaar voor dit kind."

  Ze zette een grote kop Turkish Apple thee voor me neer. "Vertel het eens, kind." Ik snikte en nam een slok. De thee had zoals altijd bij Magda een kalmerend effect op me. "Ja jongen, ze is hier. Ze logeert bij ons, word maar rustig," hoorde ik Thijmen zeggen.

  "Ik kan niet meer," zei ik weer. "Dat zei je al ja. Wat kun je niet meer?" vroeg "Niets meer. Ik wilde hem zo graag een kind geven. Maar het lukt niet. Al twee jaar niet. Ik kan het niet meer. Keer op keer dat stomme ene streepje. Elke keer beseffen dat mijn buik leeg is. Ik weet het nu wel. Hij blijft leeg." Magda legde haar hand op de mijne. "Ik kan er maar beter niet meer zijn," slikte ik even. "Gewoon weg. Geen pijn meer, geen verdriet. Dat is beter. Zeker voor Lucas," zei ik snikkend.

  "Waarom zou dat beter zijn?" vroeg Magda. "Ik ben een last. Een waardeloos mens. We ruzi?n vaak. Praten soms een dag niet met elkaar. En ik ben onvruchtbaar. Dan kan ik toch beter gaan? Naar de Heer. Zodat mijn Lucas een nieuw iemand kan vinden. Om een gezin mee te krijgen. Hij zei zelf dat hij kapotgaat." Ik snikte hevig. "En dat komt door mij."

  Magda sloeg haar armen om me heen en wiegde me zachtjes heen en weer. Zacht neuri?nd. Na een minuut keek ze me weer aan. "Jij bent geen last voor hem," zei ze. "Elke keer als we Alex op set ophalen zie ik hoe hij naar je kijkt." vertelde ze zacht. "Ja, de laatste weken zit er wat verdriet in zijn houding." Ze pakte mijn hand. "Maar zijn leven. Dat ben jij. Hij heeft jou dat klooster uit geknokt omdat hij jou niet kon vergeten. Hij had liefjes zat. Maar geen van hen was jij."

  Support the creativity of authors by visiting the original site for this novel and more.

  Ze nam diep adem. "Hij is teruggevochten uit dat geheugenverlies op Aruba. Door jou. En zelfs toen hij niet wist wie hij was. Was hij verliefd op jou. Ja, jullie strijd is echt en het is zwaar en moeilijk. En vast veel verdriet en pijn." Ze legde haar handen op mijn wangen. "Maar een leven zonder jou. Nee, dat kan hij niet. Hij heeft liever jou en nooit een kind. Of nooit een kind van jullie zelf. Dan dat hij een ander trouwt, 20 kinderen krijgt en om jouw moet rouwen," zei ze.

  "Maar een echte vrouw krijgt toch kinderen?" zei ik snikkend. "In een perfecte wereld ja. Daar krijgen lieve goede vrouwen als jij kinderen. En de slechte vrouwen niet. Maar de wereld is niet perfect, kindje. De wereld is hard en soms gruwelijk. Maar er zijn ook mooie dingen. Koester die. En laat het verdriet los. Soms komt er iets zo veel mooiers als je maar durft te zoeken."

  Ik haalde mijn schouders op. "Dat is nu lastig." "Dat begrijp ik wel. En je gelooft me nu niet. Dat is prima, Sophia. Maar geef het leven toch niet op. Jij kan zonder ons. Zonder Joyce, zonder Lucas. Maar wij. Wij en vooral jouw Lucas. Kunnen niet zonder jou."

  "We hebben morgen een afspraak bij de vruchtbaarheidsarts," zei ik. "Wacht dat dan af. Daarna kun je jezelf altijd nog straffen voor iets waar je niets aan kan doen. Ja of niet. Dan is het of zijn vruchtbaarheidsprobleem. Of gewoon blijven proberen." Ik knikte. "Je hebt wel gelijk." Ze knikte. "Drink je thee op en ga daarna lekker slapen." Ze keek me aan. "Misschien moet jij even een paar dagen blijven. Even rust. Dat zal je goed doen."

  Ze had gelijk. In alles. De dood was geen oplossing. Al wilde ik Lucas nog steeds bevrijden. Ik wist nu alleen niet hoe.

  De afspraak bij de arts was moeilijk. Hij controleerde met een soort stok hoe mijn eicellen waren. Lucas moest zijn zaadcellen laten testen. Het voelde ergens vernederend. Maar als het me uiteindelijk toch een baby zou kunnen opleveren. Ja, dan was het de vernedering waard.

  De arts vertelde ons dat ze nu verschillende onderzoeken gingen doen. Maar ons geen zorgen hoefden te maken. Hij had makkelijk praten. Hij had vast al kinderen. Samen liepen we de kliniek uit. Ik keek Lucas niet aan. Dat wilde ik niet. Ik wilde de teleurstelling in zijn ogen niet zien.

  "Ik logeer nog even bij Thijmen en Magda," zei ik. "Doe wat je nodig hebt," zei hij. Hij klonk gelaten, bijna verslagen. Thijmen stond me op te wachten. "Wat vond de dokter?" vroeg hij. Hij klonk vaderlijk. Begrijpend zelfs. "Afwachten." Hij knikte. "Dat is het beste. Dan hè," zei hij. Ik keek even naar Lucas die verloren met zijn hoofd in zijn handen naast zijn auto stond.

  "Hij is bang," zei ik. Thijmen volgde mijn blik. "Ja, absoluut. Maar waarvoor?" Ik haalde mijn schouders op. "Geen kind. nooit. net als ik." Ik zag hem snikkend ademhalen. Daarna vingen zijn wanhopige ogen mij even. Hij trok een glimlachje dat nergens naartoe ging. Daarna stapte hij in zijn auto en vertrok.

  "Ik denk dat zijn angst ergens anders ligt," zei Thijmen. "Waar dan?" Hij legde zijn hand op mijn arm. "Bij jou. Ik denk dat hij bang is jou te verliezen." Ik zuchtte even. "Hij is beter af zonder mij. Misschien moet ik weglopen. De paus vragen me weer te laten toetreden." Thijmen knikte. "Dat kun je zeker doen," begon hij.

  "Ik denk alleen niet dat het je gaat helpen. En hem al helemaal niet. Hij wil jou. En ik denk dat als het alleen jou is dat hij dat ook prima vindt. Zo lang je maar bij hem bent en gelukkig." Ik haalde weer mijn schouders op. Ik geloofde dat niet. Ik zag toch ook de pijn in zijn ogen.

  Ik stapte in de auto. Thijmen bracht me al snel weer naar hun huis. Ik was emotioneel nu echt op. Ik kon niet meer. Ik hing op de bank en keek tv. Geen energie of zin in wat dan ook.

  Ik bleef een kleine maand bij Thijmen en Magda. Ze nam me overdag mee wandelen door het bos. We liepen er uren. Gewoon om te praten. Volgens haar lag daar een deel van de oplossing. Ik zag niet hoe dat werkte. Ik voelde me elke ochtend als ik wakker werd slechter.

  Ik gaf mijn lessen niet meer. Ik had er geen energie voor. Teddy begreep het en gaf me betaald ziekteverlof. Ik was stiekem op de computer van Thijmen naar huizen aan het zoeken. Ver weg in de stad. Ik wilde weglopen. Een scheiding aanvragen. Ja, het zou mijn hart breken. Maar het zou Lucas vrijheid geven.

  Ik bezocht de kerk maar weer. Ik klopte op de deur van de pastorie. Ik had geen zin in verrassingen dit keer. Peter deed de deur open. "Goedemorgen," zei hij verrast. "Waarom ben jij nou hier?" Ik liep de pastorie in, verslagen legde ik hem alles uit.

  "Dus jij denkt minder waardig te zijn door je kinderloosheid?" Ik knikte. "Dat vindt de kerk toch ook?" Hij knikte. "De kerk misschien. Die zijn wat ouderwets. 7 kinderen. Wie heeft daar in het twee-verdienmodel nog tijd en energie voor?" Ik haalde mijn schouders op. "Ik ga nu eens als je broer antwoorden," begon hij. "Je bent niet minder waardig. Zeker niet voor die man van je." Hij streek bedenkelijk over zijn kin. "Ik ga jou even meenemen," zei hij. "Naar mijn moeder."

  Ik wist niet wat dat zou doen. Maar ik wilde hem niet teleurstellen dus ik ging mee. Bij een klooster in de buurt stopte hij. "Ah Peter. Of is het eerwaarde vandaag?" vroeg een jonge non. Herinneringen over mijn eigen tijd in het habijt waste over me heen. Ook toen was ik ongelukkig. Maar ik werd gered door Lucas. En ook door Peter. Nu was ik het zelf die mijn redder leek te verdrinken in verdriet. Hij kon me nu niet meer redden.

  "Moeder!" hoorde ik Peter roepen. "Een nieuwe novice bij je, mijn jongen?" vroeg ze. "Nee. Mijn halfzusje Sophia. Ik denk dat ze jouw wijsheid nodig heeft." Ze leidde ons haar cel in. Een knusse cel. Ze had een bed wat er comfortabel uitzag. Het was redelijk ruim. Er kon een klein bankje staan, een tafeltje en een paar stoelen. Ze had zelfs een heel klein keukentje waar ze een waterkoker op had staan en een paar mokken. Ik bekeek haar goed. Ze had een warme glimlach. Haar ogen waren vriendelijk. "Vertel?"

  Peter ging op de bank zitten. "Sophia vreest onvruchtbaarheid," legde Peter uit in een zin. Ze knikte. "En een man die per se zijn eigen kind wil?" Ik schudde mijn hoofd. "Hij zegt van niet." Ze glimlachte dromerig.

  "Ik heb mijn leegte gevuld met de kinderen uit het pleegtehuis hier naast. Veel weesjes die een moeder zoeken. Dat wilde ik altijd wel zijn." Ze keek me aan. "Voor vondelingen maak ik dekentjes. Kijk." Ze pakte er een onder haar bed vandaan. Wit gebreid met gele randjes en prachtige gele bloemen erop. "Deze mag je wel hebben," zei ze. Peter glimlachte.

  "Ik heb me verzoend met geen kinderen meer. Dat was de Heer zijn doel voor mij. Maar één prachtige zoon. En daarna niets meer. Jouw vader. Ach, hij had gelijk genoeg van me te hebben." Peter keek licht verschrikt op. "Mam, hoezo zeg je dat nou?"

  "Ach jongen, een man heeft meer aan een vruchtbare vrouw. Maar dat is niet erg. Er zijn meer manieren om moedergevoelens te laten gelden dan zelf een kind te krijgen. Dat zal haar man beamen." Zei ze. Ik zuchtte zachtjes. "Mam, het kan Lucas niet schelen of ze wel of niet een kind krijgt," riep Peter. Zijn moeder lachte weer.

  "Dat zegt hij nu. Maar op den duur wil elke man zijn eigen vlees en bloed. Een vruchteloze vrouw is aan het einde nooit genoeg." Ze keek me weer aan. "Maar dat geeft toch niet? We zoeken hier nog altijd burger vrouwen die willen helpen om de kinderen te verzorgen. Zo kun je een beetje moeder zijn. Je kan er zelfs wonen. Is dat niet een prachtige oplossing?"

  Ik voelde alles uit mijn lijf stromen. Hoop. Eigenwaarde. Alles. Nou ja, alles behalve de leegte. Zelfs zij was het eens. Een man heeft meer aan een vruchtbare vrouw. Ik bedankte haar voor het dekentje. "We..." begon Peter. "We kunnen beter gaan. Ik breng je wel naar huis." Hij omhelsde zijn moeder nog een keer en daarna vertrokken we.

  Lucas.

  Een maand lang was ze niet thuis geweest. Elke dag en elke nacht vreesde ik een telefoontje te krijgen. Van of de politie of de ouders van Joyce. Dat ze haar hadden gevonden. Ergens hangend in een bos. Verdronken in een rivier. Gestorven aan een overdosis. Gesprongen van een flat. Ik sliep niet. Ik kon niet werken. Die angst hield me gevangen.

  Ik zag Peter zijn oude kerkautootje parkeren en Sophia eruit stappen. Ik was ergens opgelucht. Ze leefde nog. En ze was eindelijk thuis. Ik zag het al aan haar toen zij en hij naar de deur toe liepen. Er was iets gebeurd. Ze had roodomrande ogen en een enorm gemaakt glimlach.

  Hoeveel ik ook van haar hield, het werd met de dag moeilijker. Ik begon te twijfelen of we ooit wel hadden moeten afspreken om zwanger proberen te worden. Het was alles wat ons huwelijk nu opslokte. Elke maand weer opnieuw.

  Ze was genoeg voor me maar Sophia zag dat niet, dat was haar opvoeding grotendeels. Dat wist ik wel maar het was moeilijk. De sprankelende, spannende, mooie, lieve Sophia die ze ooit was leek verdwenen.

  Was dat mijn schuld? Had ik dat gedaan door akkoord te gaan met een kind willen? Was ik niet meer genoeg voor haar? Was ook ik veranderd?

  We ruzieden meer. Ja, elke keer konden we het uitpraten en hield ik weer even veel van haar als daar voor. Maar was ik nog genoeg voor haar hart? Elke traan die ze liet sneed door mijn hart. En de laatste tijd was dat alles wat ze overhield. Eindeloze tranen.

  "Hey!" zei ze gespeeld opgewekt. "Fijn dat je weer thuis bent. "zei ik.in de zelfde gespeelde opgewektheid. Ze knikte. "Wat is er gebeurd?" vroeg ik. Dat zag ik wel in haar ogen. "Niets belangrijks," zei ze. Ze liep naar de badkamer waar ik haar weer even hoorde snikken.

  Weer zoals altijd brak dit mijn hart. Peter kwam binnenlopen met zo'n zelfde geforceerde glimlach. "Wat is er nou gebeurd. Zij gaat het me niet vertellen." Hij zuchtte. "Ik dacht dat ik haar zou helpen door haar in contact te brengen met mijn moeder," begon hij.

  "Enorm lieve vrouw. Maar onvruchtbaar sinds mijn geboorte. Ik dacht, zij helpt Sophia wel uit haar moeilijke tijd." Ik ging zitten. "Maar?" vroeg ik. "Maar dat geloof is zo rotsvast. Zij gelooft dat een vrouw of kinderen krijgt. Of in dienst van de Heer treedt. Anders heb je geen waarde. Zo bracht ze het niet. Is ze veel te warm voor. Maar het kwam erop neer." Hij beet op zijn onderlip.

  "Het spijt me. Ik heb het erger gemaakt." Ik legde mijn hand op zijn schouder. "Niet bewust. Ik vergeef je. Jij wilde helpen," zei ik. "Het is tijd dat ik wat ga doen."

  Peter stond op en vertrok. Nog steeds zich wat schuldig voelend. Ik liep naar de badkamer. "Phi, kom daaruit," zei ik. Ze gehoorzaamde. Even durfde ik niet door te zetten. Ze keek als een vogeltje wat net haar vleugels had gebroken.

  "Phi." Ik ademde diep in. "Zo kan het niet langer." Ik zag tranen in haar ogen komen. Ze schudde haar hoofd. "Je hebt gelijk," zei ze. "Ik hoopte dat het anders was maar je hebt gelijk." Ze liep naar de huiskamer. "Je hebt het geprobeerd, Lucas." Ze keek me aan.

  "Ik snap je. Het is op tussen ons." Tranen rolden over haar wangen. "Waar heb jij het over?" vroeg ik. "Zeg maar niets. Ga maar gewoon." Ik liep naar haar toe. "Waarheen?" Ze keek me weer aan. "Je ouders, Jonas en Joyce." ze snikt. "Of moet ik gaan? Je hebt gelijk hoor. Als ik jou was geweest had ik al eerder opgegeven."

  Ik schudde mijn hoofd. "Ik wil niets opgeven. Ja, jouw wanhoop." Ik liep naar haar toe. "Ik mis je. Ik mis ons. Ons leven bestaat nu uit een serie maken. Mooi weer spelen. En als we al intiem zijn is dat om een kind te maken. Niet meer omdat we elkaar willen." Ik legde mijn hand op haar wang.

  "Ik wil jou terug. De knotsgekke. Ondeugende. Sprankelende jou." Ik kuste haar. "Ik wil pauze. Niet van ons maar van de eindeloze zoektocht naar een kind. Tot we die uitslag krijgen wil ik gewoon weer ons zijn. Weer verliefd als toen we begonnen." Ik pakte het schema van de koelkast en gooide dat in de openhaard. het voelde als een bevrijding om het papier te zien veranderen in as "Ik ben dit klinische zat, Sophia," riep ik.

  "Ik wil mijn vrouw, mijn minnares. Ik wil weer gewoon zoals vroeger zijn." Ze keek me aan. "Wat als ik nooit..." Ik legde een vinger op haar lippen. "Dan is dat maar zo. En kijken we wat we wel kunnen." Ik kuste haar. "ik wil mijn grote liefde terug." zei ik bijna smekend "Mag ik je op date vragen?" vroeg ik. "Samen naar de film. Of het theater. Al is het maar samen wandelen. Of naar de kermis." Ze lachte door haar tranen heen. Haar ogen licht fonkelend.

  "Kijk," zei ik. Ze keek om haar heen. "Wat?" vroeg ze. "Daar was je weer even heel even. Mag ik haar uitvragen? Wat wil deze schoonheid van mij doen?" Weer lachte ze met die fonkel in haar ogen. Er was nog hoop. De Sophia waar ik op slag verliefd op werd was nog ergens. Ik moest haar gewoon weer terug zien te brengen. "Uit eten." Ik knikte. "Prima."

  Na een uurtje liepen we haar lievelingsrestaurant binnen. Ze had voor het eerst weer haar haren mooi gedaan in een prachtige ingevlochten vlecht die langs haar rechter schouder viel. en ze had een jurk aangetrokken waar ik het al warm van kreeg toen ze de slaapkamer uit stapte. het was een Donkerrode zijde jurk die omhoog werd gehouden met spaghetti bandjes. die smaakvol diep was uit gesneden de rok liep iets bollend flatteus langs haar lichaam. ja. dit was mijn vrouw.

  We bestelden ons lievelingseten. Wat we zoals we vroeger altijd deden weer van elkaars bord pikten omdat haar lievelingseten ook wel erg lekker was. We kibbelden speels over het laatste hapje op mijn bord. Wat ik zoals ik altijd wel deed aan haar gaf.

  Haar ogen fonkelden in het lamplicht. Dit was mijn Sophia. Ik pakte haar hand. "Weet je dat ik meer plezier heb gehad deze avond dan in de afgelopen anderhalf jaar." Ik kuste haar hand. "Ik neem het je niet kwalijk. Het is moeilijk geweest. En dat zal het vast in vlagen wel weer zijn." Ik zuchtte even. "Maar laten we afspreken dat als het moeilijk wordt we weer gewoon uitgaan." Ze lachte weer. "Ja, dat is goed."

  Ze kuste me. Halverwege de kus hoorde ik iemand zijn keel schrapen. De ober stond naast ons. "Alles naar wens?" vroeg hij. "Kan ik nog wat betekenen?" Ik knikte. "De rekening," zei ik blozend omdat we betrapt waren. De man knikte. "Ik wil onze date goed afsluiten. En man, die jurk," zei ik mezelf koelte toewuivend.

  Ik wist dat ik hiermee haar diepgewortelde depressie niet wegnam. Maar voor een avond was ze weer even mijn Sophia. Voor een dag en misschien deze nacht hoefde ik niet bang te zijn dat ik haar dood zou aantreffen omdat het leven haar te veel werd.

  Thuis aangekomen dronken we nog even wat en dansten op foute oude muziek. Om vervolgens ons in elkaar te verliezen en gewoon weer even verliefd te zijn. Toen ik haar dit keer in mijn armen nam om te gaan slapen was het even als het was voor we de ellende waren ingestort. En kon ik eindelijk weer een nacht goed slapen.

Recommended Popular Novels